Del Rio verdedigt fraudeclaims tegen bestuur van NCLH

Del Rio verdedigt fraudeclaims tegen bestuur van NCLH

Frank Del Rio heeft zijn rechtszaak tegen Norwegian Cruise Line Holdings en vier oud-bestuurders van het bedrijf iets kleiner gemaakt. Tegelijk houdt hij vast aan de kern van zijn zaak, blijkt uit een recent gerechtelijk stuk. De oud-topman reageert daarmee op twee verzoeken van de tegenpartij om de zaak helemaal van tafel te krijgen.

In het stuk van 18 augustus, ingediend bij de rechtbank van Miami-Dade, stelt de voormalige president en CEO van NCLH dat zijn claims gaan over onrechtmatig handelen en niet over een contract. Volgens hem staan noch de zogeheten statute of frauds, noch de regel dat rechters terughoudend moeten zijn bij zakelijke beslissingen van een bestuur, zijn zaak in de weg.

In een aparte melding van dezelfde dag heeft Del Rio zelf punt II van zijn aanklacht ingetrokken. Dat ging over een toezegging waarop hij meende te mogen vertrouwen. De intrekking gebeurde zonder gevolgen voor de rest van de zaak, waarbij beide partijen hun eigen kosten dragen.

Wat er nog op tafel ligt

De overgebleven punten zijn misleiding bij het aangaan van een afspraak, onzorgvuldige onjuiste voorstelling van zaken en samenspanning. Naast NCLH en NCL (Bahamas) Ltd. zijn Russell Galbut, Harry Curtis, Mary Landry en Stella David gedaagd. Alle vier waren eerder lid van het bestuur van NCLH.

Waar het in de zaak om draait: volgens Del Rio hebben deze vier bestuurders hem verteld dat hij nog eens € 8 miljoen zou krijgen voor twee extra jaren advieswerk, bovenop de looptijd die in zijn schriftelijke overeenkomst stond.

De schriftelijke overeenkomst

Die overeenkomst, in de stukken de TRCA genoemd, liep van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025. Del Rio ontving daarvoor € 2 miljoen voor de tweede helft van 2023 en € 4 miljoen voor zowel 2024 als 2025. Hij werd erin benoemd tot senior adviseur van het bestuur.

Zijn advieswerk ging onder meer over de strategie voor nieuwbouwschepen, contacten met werven en de financiële wereld, mogelijke overnames en fusies, en ontwikkelingen in de branche.

Del Rio stelt dat de belofte van een verlenging hem ertoe heeft gebracht vroeger op te stappen als president en CEO. Daarmee gaf hij ook zijn beloningspakket als topbestuurder op.

Mondelinge afspraak niet af te dwingen

In het stuk geeft Del Rio uitdrukkelijk toe dat de mondelinge afspraak juridisch niet af te dwingen is. Een mondelinge afspraak voor twee jaar kan niet binnen één jaar worden uitgevoerd en valt daarom onder de Floridiaanse statute of frauds.

Del Rio eist de € 8 miljoen dan ook niet. In plaats daarvan vraagt hij, via het onrechtmatig handelen, om de beloning en de voorwaarden die hij volgens hem is kwijtgeraakt door zijn vertrek. Zijn advocaten stellen dat juist dat verschil belangrijk is: het gaat om schade door misleiding en niet om schade uit een contract. Daarmee valt de zaak buiten de uitspraken waarop de tegenpartij zich beroept.

Op het verweer dat misleiding niet kan rusten op een belofte over toekomstig gedrag, wijst Del Rio op Floridiaanse rechtspraak. Die kent een uitzondering voor het geval dat degene die de belofte doet, nooit van plan was die na te komen.